span

zelfst.naamw.
Verbuigingen:  spannen
Verbuigingen:  spannetje

1) het span: twee of meer trekdieren die samen zijn aangespannen

2) het span: duo, koppel, paar, stel, tweetal

3) de span (m): / een oude (niet-metrische) lengtemaat zijnde de afstand tussen de toppen van duim en pink van de uitgestrekte hand (ongeveer 22,86 cm.)


Bron: WikiWoordenboek.

Synoniemen
koppel stel tweetal

Spreekwoorden en zegswijzen
• een mooi span voor een bokkenwagen (=een zonderling koppel)
Naar de spreekwoorden

11 definities op Encyclo
  • maat, de afstand tussen duim en pink van een gestrekte hand.
  • Let op: Spelling van 1858 eene korenmaat in Zweden
  • VOC - Zeilen en tuigage: dubbelgenomen hoofdtouw.
  • Mil. Woordenboek, spelling van 1861 ``Span`` Zie Bespanning
  • * Switch Port Analyzer: Cisco tool * Space Physics Analysis Network: netwerk van ruimtefysici
  • Toon uitgebreidere definities

    Deze woorden beginnen met span:
    span aanspan afspan inspan samenspan uitspan voorspanbroekspandespandenspandienstenspandoekspandoekenspanenspanfietsSpanjaardSpanjaardenspannespannenspannendspanner
    Toon alle woorden die beginnen met span

    Deze woorden eindigen op span:
    aanspanafspanbespanhapjespaninspanomspanonderspanontspanoverspanpoffertjespansamenspanuitspanvierspanvoorspanzijspan
    Toon alle woorden die eindigen op span

    Herkomst volgens etymologiebank.nl
    1. span (lengtemaat)
    2. span (voorgespannen dieren, wagen met bespanning)