het oudje

zelfst.naamw.
Uitspraak:  ['ɑucə]
Afbreekpatroon:  oud·je
Verbuigingen:  oudjes (meerv.)

iemand met een relatief hoge leeftijd
Voorbeelden:  `Oudjes vertellen graag verhalen over vroeger aan hun kleinkinderen.`,
`De dames en heren in ons zorgcentrum worden liever niet aangesproken met de term 'oudje' of 'ouwe'.`
Antoniem:  jonkie
Synoniem:  oudere


Synoniemen
klassieker   

4 definities op Encyclo
  • [Soldatentaal, 1914] ieder die baar af is, dus cadet van het tweede of later verblijfjaar.
  • •persoon op leeftijd. (+audio)
  • oud mens vb: het oudje loopt met een wandelstok oud, versleten ding vb: die fiets van Rick is al een oudje
  • 1) Bejaarde (volkstaal) 2) Klassieker 3) Versleten voorwerp 4) Oude man 5) Oude vrouw 6) Oude vrouw of man 7) Iemand op leeftijd 8) Bejaard persoon 9) Vader 10) Bejaard iemand 11) Bes 12) Bejaarde 13) Persoon van hoge leeftijd
Toon uitgebreidere definities

Vraag & Antwoord voor je slimme speaker
Is het 'de oudje' of 'het oudje'?
Het is 'het oudje', want oudje is onzijdig. Als je het aanwijst is het 'dat oudje'.
Wat is het meervoud van oudje?
Het meervoud van oudje is 'oudjes'. Eén oudje, twee oudjes.
Wat betekent oudje?
'iemand met een relatief hoge leeftijd'
Hoe spel je oudje?
oudje spel je O U D J E
Wat is een ander woord voor oudje?
Een ander woord oudje is klassieker.

Op andere websites
Zoek oudje in het Algemeen Nederlands Woordenboek
Zoek oudje op Google
Zoek oudje op Woordenlijst.org
Zoek oudje in de woordenboeken van het Instituut voor de Nederlandse Taal
Zoek oudje op Wikipedia