de sneeuw

zelfst.naamw. (m./v.)
Uitspraak:  [snew]

stukjes ijs die in witte vlokken in de winter uit de lucht komen vallen
Voorbeelden:  `Er is vannacht 10 centimeter sneeuw gevallen.`,
`een dik pak sneeuw`,
`sneeuwpop`
natte sneeuw  (smeltende sneeuw die regen wordt)

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
sneeuwen

Spreekwoorden en zegswijzen
• verdwijnen als sneeuw voor de zon (=heel snel verdwijnen)
• als sneeuw voor de zon verdwijnen (=ergens niets van over blijven)
Naar de spreekwoorden

Intensiveringen
Hoe kun je met sneeuw een ander begrip versterken?
blank als sneeuw; sneeuwwit; verdwijnen als sneeuw voor de zon
Hoe kun je sneeuw krachtiger uitdrukken?
flink pak sneeuw;

12 definities op Encyclo
  1. Tot vlokken bevroren waterdamp.
  2. In Noord Europa is sneeuw in de wintermaanden een normaal verschijnsel. Vele bergtoppen over de gehele wereld zijn er permanent mee getooid. De Kilimanjaro in Tanzania he...
  3. Let op: Spelling (deels) uit 1864: v. (B.m., v. en o.) [geen meervoud] witvlokkige bevrozen waterdamp; [figuurlijk] grijze haren. ~ACHTIG, [bijvoegelijk naamwoord] (-er, ...
  4. Sneeuw ontstaat bij temperaturen onder nul. Bij temperaturen tussen -10 en -23 graden komen in een wolk zowel onderkoelde waterdruppetjes als ijskristallen voor. Door de ...
  5. Neerslag van samengeklitte ijskristallen bij temperaturen rond of onder het vriespunt, in de vorm van zeskantige ijssterren. De ijskristallen voegen zich samen en vormen ...
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met sneeuw:
sneeuw insneeuw ondersneeuwachtigsneeuwbalsneeuwbaleffectsneeuwballensneeuwbestendigsneeuwblindsneeuwblindheidsneeuwbrijsneeuwbrilsneeuwbrillensneeuwbuisneeuwbuiensneeuwdsneeuwdesneeuwdensneeuwensneeuwfreessneeuwgans
Toon alle woorden die beginnen met sneeuw

Deze woorden eindigen op sneeuw:
jachtsneeuwmotsneeuwpoolsneeuwdriftsneeuwstuifsneeuwpoedersneeuw
Toon alle woorden die eindigen op sneeuw

Herkomst volgens etymologiebank.nl
sneeuw (neerslag van ijskristallen)

Hoe bekend is het woord?
Uit onderzoek van het Centrum voor Leesonderzoek blijkt dat alle Nederlanders en Vlamingen het woord `sneeuw` kennen.