het mandaat

zelfst.naamw.
Uitspraak:  [mɑn'dat]
Verbuigingen:  man|daten (meerv.)

opdracht die je van anderen krijgt om namens hen iets voor elkaar te krijgen
Voorbeelden:  `De kiezer heeft mijn partij een duidelijk mandaat gegeven.`,
`Deze bevoegdheid valt buiten het beperkte mandaat van de commissie.`

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
bevelschrift consigne lastbrief lastgeving licentie machtiging opdracht procuratie vergunning verordening volmacht

18 definities op Encyclo
  • Mandaat is de bevoegdheid om in naam van een ander te handelen, maar zonder de daarbij horende verantwoordelijkheid. Bij mandateren worden geen bevoegdheden overgedragen...
  • (latij: mandatum, i) Bevel, opdracht.
  • opdracht om namens anderen iets te regelen vb: hij heeft mandaat voor het nemen van deze besluiten
  • Let op: Spelling van 1858 mandat, Fr., bevel, volmagt, verordening. Mandator, mandant, last- of volmagtgever. Ex mandato, of ad mandatum, Lat., op bevel
  • 1) Beheerschap 2) Betaalbriefje 3) Betalingsoverdracht 4) Bevel 5) Bevelschrift 6) Bevelschrift tot betalen 7) Consigne 8) Last 9) Lastbrief 10) Lastgeving 11) Licentie 1...
  • Toon uitgebreidere definities

    Deze woorden beginnen met mandaat:
    mandaatgebiedmandaatgebieden

    Herkomst volgens etymologiebank.nl
    mandaat (volmacht; bevel)