sneeuwen

werkw.
Uitspraak:  [ˈsnewə(n)]
Vervoegingen:  sneeuwde (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  heeft gesneeuwd (volt.deelw.) Toon alle vervoegingen

het uit de lucht komen van sneeuw
Voorbeeld:  `Het sneeuwt al een uur.`

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
sneeuw

5 definities op Encyclo
  1. • [onpr] [meteorologie] het vallen van hemelwater onder de vorm van sneeuwvlokken.
  2. Uit `De lagere vaktalen: De tabakbewerkerstaal` 1914 't vlokkig afvallen van de asch bij 't rooken.
  3. het vallen van sneeuw uit de lucht vb: het heeft vannacht gesneeuwd
  4. 1) In grote menigte neerkomen 2) In vlokken neervallen 3) Sneeuw 4) Vallen van neerslag 5) Vlokken 6) Weerkundige term 7) Weersgesteldheid 8) Winterse neerslag
  5. Sneeuwen is een duet van de Nederlandse zanger Daniël Lohues en cabaretier Herman Finkers. Op de B-kant staat Umdat `t kerstmis is van Lohues. == Hitnotering == === Ned...
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden eindigen op sneeuwen:
insneeuwenondersneeuwen

Herkomst volgens etymologiebank.nl
sneeuwen

Hoe bekend is het woord?
Uit onderzoek van het Centrum voor Leesonderzoek blijkt dat alle Nederlanders en Vlamingen het woord `sneeuwen` kennen.