druppen

werkw.
Uitspraak:  ['drʏpə(n)]
Vervoegingen:  drupte (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  heeft gedrupt (volt.deelw.) Toon alle vervoegingen

druppels laten vallen
Voorbeelden:  `een druppende kraan`,
`Mijn neus gaat druppen als het koud is.`
Synoniem:  druppelen

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
afdruipen droppen druipen druppelen sijpelen uitdruppelen

2 definities op Encyclo
  1. •druipen, druppelen.
  2. 1) Afdruipen 2) Droppen 3) Druipen 4) Druppelen 5) Lekken 6) Sijpelen 7) Trenen 8) Uitdruppelen
Toon uitgebreidere definities

Herkomst volgens etymologiebank.nl
druppen (druipen, druppelen)

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 97% van de Nederlanders en 94% van de Vlamingen het woord `druppen`.