schorten

werkw.
Verbuigingen:  schortte
Verbuigingen:  geschort

''schorten aan'': tekortkomen, ontbreken
Voorbeeld:  `Er heeft van alles aan geschort.`


Bron: WikiWoordenboek.

Synoniemen
mankeren schelen

7 definities op Encyclo
  • mankeren.
  • onpr "~ aan": tekortkomen, ontbreken. • tweede betekenisomschrijving • enz.
  • niet in orde zijn vb: wat is er, wat schort eraan? Synoniem: mankeren
  • 1) Falen 2) Haperen 3) Hinderen 4) Mankeren 5) Ontbreken 6) Schelen 7) Verschuiven
  • het roer met de roerlichter iets op heffen om het met de grondtakels vast te kunnen zetten. Verouderde term die niet specifiek voor de binnenvaart was. Schorten betekende...
  • Toon uitgebreidere definities

    Deze woorden beginnen met schorten:
    schorten aan

    Deze woorden eindigen op schorten:
    opschorten

    Herkomst volgens etymologiebank.nl
    schorten (ontbreken)