mankeren

werkw.
Uitspraak:  [maŋ'kerə(n)]
Vervoegingen:  mankeerde (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  heeft gemankeerd (volt.deelw.) Toon alle vervoegingen

(van iemand) iets mankeren  (niet helemaal gezond zijn) `Ik mankeer helemaal niks.`

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
haperen ontbreken verzuimen

Taaladvies
Mankeren: (ik mankeer / mij mankeert niets) Wat moet het zijn: Ik mankeer niets of Mij mankeert niets?

7 definities op Encyclo
  1. Let op: Spelling (deels) uit 1864: ow. zie MANQUEREN.
  2. niet in orde zijn vb: er mankeert iets aan mijn auto wat mankeert je vriend? [welke ziekte heeft hij?]
  3. [Belgisch Nederlands] missen
  4. •"iets ~ aan": een gebrek vertonen. •"iets ~": een ziekte of gebrek hebben •tweede betekenisomschrijving. •enz.
  5. 1) Falen 2) Haperen 3) In gebreke zijn 4) Missen 5) Ontbreken 6) Schelen 7) Schorten 8) Tekort komen 9) Tekortschieten 10) Tekortkomen 11) Verzuimen
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met mankeren:
mankeren aan

Herkomst volgens etymologiebank.nl
mankeren (missen)

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 99% van de Nederlanders en 97% van de Vlamingen het woord `mankeren`.