de ruiten

zelfst.naamw. (m./v.)
Uitspraak:  [ˈrœytə(n)]

vorm waarmee een van de vier 'kleuren' in het kaartspel wordt onderscheiden
Voorbeeld:  `ruitenvier`
Antoniemen:  schoppen, harten, klaver,

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
harten (antoniem)klaver (antoniem)schoppen (antoniem)

Spreekwoorden en zegswijzen
ruiten tikken (=inbreken)
Naar de spreekwoorden

7 definities op Encyclo
  1. Let op: Spelling van 1858 plunderen, in de spreekwijs: ruiten en rooven
  2. een van de vier figuren van het kaartspel vb: hij gooide ruiten negen
  3. 1) Bepaalde kaart 2) Bridgeterm 3) Carreau 4) Deel van een kaartspel 5) Een van de vier figuren van een speelkaart 6) Figuur uit het kaartspel 7) Kaartfiguur 8) Kaartkleu...
  4. Ruiten is een streekje in de gemeente Slochteren in de provincie Groningen. Het ligt ten westen van Froombosch. Bij het streekje staat de boerderij de Ruitenborg. Deze b...
  5. [Vergeten woorden] (st. root, heeft geroten) snel bewegen, razen, rommelen [= IJslands hrjóta]
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met ruiten:
ruitensproeierruitensproeiermotorruitensproeiersruitenwasserruitenwisserruitenwissermotorruitenwissersruitenwisserschakelaar

Deze woorden eindigen op ruiten:
achterruitenbamboespruitenfruitenrecruitenspiegelruitenspruitenvoorruitenontspruiten

Herkomst volgens etymologiebank.nl
  1. ruiten (kleur in kaartspel)
  2. ruiten (roven)
  3. ruiten (uitroeien)


Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 100% van de Nederlanders en 99% van de Vlamingen het woord `ruiten`.