schof als dialectwoord
schuif (Veurns)   etenstijd (Antwerps)   schafttijd / etenstijd (Hoogstraats)   dagdeel (Zunderts)   dagdeel (Oudenbosch)   rusttijd (Oudenbosch)  
Toon alle 31 dialectwoorden

3 definities op Encyclo
  • 1.schuif, schot, gemakkelijke of snelle voortgang, vaart Voorbeeld: ‘Hij had slechts rust als iedereen aan de bezigheid was en er schof gemaakt werd en dàn nog wilde hij er bij zijn om te zien of ze wrochten naar zijn zin’ (Minnehandel, 208) 2.lade Voorbeeld: ‘Jantje hoorde schoven opentrekken en kaste...
  • 1) Lade
  • schuif, lade (toon de herkomst via de etymologiebank)
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met schof:
schoffeerderschoffelschoffelenschoffelsnavelschofferenschofferingschoffieschoftschoftenstreekschofterigschofthoogte

Herkomst volgens etymologiebank.nl
schof (schuif, lade)

Op andere websites
Zoek schof in het Algemeen Nederlands Woordenboek
Zoek schof op Google
Zoek schof op Woordenlijst.org
Zoek schof in de woordenboeken van het Instituut voor de Nederlandse Taal
Zoek schof op Wikipedia