de schoen

zelfst.naamw. (m.)
Uitspraak:  [sxun]
Verbuigingen:  schoen|en (meerv.)

wat je draagt aan een voet als je buiten loopt
Voorbeelden:  `kinderschoen`,
`sportschoen`
iemand iets in de schoenen schuiven  (beweren dat iemand iets heeft gedaan, heeft gezegd of vindt)
je schoen zetten  (<als kind 's avonds in de dagen voor het Sinterklaasfeest> een schoen bij de kachel plaatsen in de hoop dat Sinterklaas er een cadeautje in zal doen)

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
flat

Spreekwoorden en zegswijzen
• zijn land ligt in zijn schoenen (=hij is een grote opschepper)
• wie de schoen past trekke hem aan (=wie schuldig is mag zich aangesproken voelen)
• weten waar het schoentje knelt/wringt (=weten waar het probleem zit)
• weten waar de schoen wringt (=weten waar het probleem zit)
• waar de schoen wringt (=waar iemand hinder van ondervindt.)
Toon alle 28 spreekwoorden die schoen bevatten

Intensiveringen
Hoe kun je met schoen een ander begrip versterken?
naast je schoenen lopen van trots; naast je schoenen lopen van verwaandheid;

9 definities op Encyclo
  1. voetbekleedsel Jaar van herkomst: 1240 (Bern. )
  2. 1> gaffelschoen. 2> gesmeed stalen oog met aangevormde gespleten huls, die met klinken of stalen ringen aan staaldraad bevestigd kan worden. 3> smeedijzeren vulstuk onder...
  3. Let op: Spelling (deels) uit 1864: m. (-en), voetbekleedsel op de huid of over eene kous gedragen; zuiger (eener pomp); hiel (van eene piek, van een paal);
  4. wat je aan je voeten doet als je naar buiten gaat vb: zij draagt schoenen met hoge hakken ik weet waar de schoen wringt [wat het probleem is] hij loopt naast zijn schoene...
  5. Schoenen zijn voor de mens steeds belangrijk geweest om diens voeten tegen vuil en een slechte ondergrond te kunnen beschermen. Men is er van overtuigd dat de eerste scho...
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met schoen:
schoencrèmeschoenenschoenenkastschoenerschoenersschoenkastschoenlapperschoenlappersschoenlepelschoenlepelsschoenmaatschoenmakenschoenmakerschoenmakersschoenpoetsschoensmeerschoenveterschoenvetersschoenzool

Deze woorden eindigen op schoen:
bokshandschoengymschoenhandschoenkinderschoenveiligheidshandschoenkabelschoenvoetbalschoenballetschoenmotorhandschoenbootschoenvrouwenschoenpuntschoenovenhandschoenduikhandschoensneeuwschoentrimschoensportschoenvalkeniershandschoenwandelschoenoverschoen

Herkomst volgens etymologiebank.nl
schoen (voetbekleding)

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 99% van de Nederlanders en 100% van de Vlamingen het woord `schoen`.