de handschoen

zelfst.naamw. (m./v.)
Uitspraak:  [ˈhɑntsxun]
Verbuigingen:  handschoen|en (meerv.)

omhulsel van stof of leer voor je hand
Voorbeelden:  `zijden handschoenen dragen bij een avondjurk`,
`handschoenen aandoen omdat het buiten koud is`,
`bokshandschoenen`

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
want

Spreekwoorden en zegswijzen
• iemand de handschoen toewerpen (=iemand ergens toe uitdagen of met iemand de strijd willen aangaan)
• het is geen katje om zonder handschoenen aan te pakken (=geen eenvoudige opdracht, een `gevaarlijk` persoon)
• geen katje om zonder handschoenen aan te pakken (=geen gemakkelijk persoon)
• de handschoen toewerpen (=uitdagen)
• de handschoen opnemen (=het gevecht aangaan)
Naar de spreekwoorden

7 definities op Encyclo
  1. Let op: Spelling (deels) uit 1864: m. (-en), den - toewerpen, tot een tweegevecht uitdagen; (ook) zich als vijand verklaren. ~FABRIEK, v. (-en). -ANT, m. (-en). ~LEDER, o...
  2. • [kleding] handkledingstuk met aparte vingers. • Iemand de 'handschoen' toewerpen •:uitdagen • De 'handschoen' opnemen •:de uitdaging aannemen • Het is geen ...
  3. kledingstuk voor je hand, met de vorm van een hand vb: doe je handschoenen aan, het is koud buiten!
  4. 1) Glacé 2) Kledingstuk 3) Kledingstuk voor handen 4) Mitaine 5) Vingerwant 6) Want
  5. Zie Huwelijk met de handschoen.
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met handschoen:
handschoenenhandschoenenkastje

Deze woorden eindigen op handschoen:
bokshandschoenveiligheidshandschoenmotorhandschoenovenhandschoenduikhandschoenvalkeniershandschoen

Herkomst volgens etymologiebank.nl
handschoen (kledingstuk voor de hand)

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 100% van de Nederlanders en 99% van de Vlamingen het woord `handschoen`.