de kak

zelfst.naamw. (m.)
Uitspraak:  [kɑk]

1) poep
Voorbeeld:  `kippenkak`

2)
kouwe kak  (mensen die deftig doen maar het niet zijn) `Daar woont allemaal kouwe kak.`

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
afgang beer bolus darmafscheiding drek drol drukte excrement faeces poep schijt stront

5 definities op Encyclo
  1. drek Jaar van herkomst: 1376-1400 (HWS )
  2. Let op: Spelling (deels) uit 1864: m. [geen meervoud] menschendrek, uitwerpsel; [figuurlijk] - maken, grootspreken, zich winderig aanstellen.
  3. Spreekwoorden: (1914) Kak. Dit znw. komt in veel platte uitdrukkingen voor: uit de beteekenis iets verwerpelijks, verachtelijks, is voortgevloeid die van drukte in kak
  4. • [informeel] ontlasting. • [informeel] arrogantie.
  5. 1) Afgang 2) Arrogantie 3) Beer 4) Bolus 5) Darmafscheiding 6) Drek 7) Drol 8) Drukte 9) Excrement 10) Feces 11) Poep 12) Schijt 13) Stront 14) Verwaandheid
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met kak:
kak aankakakakadoriskakadorissenkakafoniekakbalkakelkakelbontkakeldekakeldenkakelenkakeltkakelverskakementkakementenkakenkaketoekakhuiskakikakigrijs
Toon alle woorden die beginnen met kak

Deze woorden eindigen op kak:
tafkak
Toon alle woorden die eindigen op kak

Herkomst volgens etymologiebank.nl
  1. kak (in pejoratieve samenstellingen)
  2. kak (ontlasting; drukte)


Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 99% van de Nederlanders en 99% van de Vlamingen het woord `kak`.