rondreizen

werkw.
Uitspraak:  ['rɔntrɛizə(n)]
Vervoegingen:  reisde rond (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  heeft rondgereisd (volt.deelw.)

van de ene naar de andere plaats reizen
Voorbeelden:  `de wereld rondreizen`,
`Het vliegtuig richting Afrika nemen en ter plaatse wat rondreizen.`

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
reizen rondtrekken trekken zwerven

Taaladvies
  1. Schrijf je baedeker (`reisgids`) met een hoofdletter, of met een kleine letter? Zie baedeker / Baedeker
  2. Hoe schrijf je het meervoud van stayokay: als stayokay`s of als stayokays? Zie stayokay`s / stayokays
  3. Wat is juist: `Over een week ga ik op vakantie` of `Over een week ga ik met vakantie`? Zie Op vakantie / met vakantie


1 definitie op Encyclo
  • 1) Reizen 2) Rondtrekken 3) Toeren 4) Trekken 5) Zwerven
  • Toon uitgebreidere definities