de rij

zelfst.naamw. (m./v.)
Uitspraak:  [rɛi]
Verbuigingen:  rij|en (meerv.)

mensen of dingen achter of naast elkaar in een rechte lijn
Voorbeeld:  `in de rij staan voor de pinautomaat`
de dingen op een rijtje zetten  (wat besproken is duidelijk samenvatten of opschrijven)
ze niet allemaal op een rijtje hebben  (gek zijn)

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
aaneenschakeling chauffeur colonne file gelid keten paardrij queue reeks ruiter serie wagenbestuurder

Spreekwoorden en zegswijzen
• ze niet allemaal (alle vijf) op een rijtje hebben. (=niet bij zijn volle verstand zijn. (alle vijf = de zintuigen))
Naar de spreekwoorden

Intensiveringen
Hoe kun je rij krachtiger uitdrukken?
lange rij;

11 definities op Encyclo
  1. •geordende opstelling van een aantal eenheden in één richting. • [wiskunde] een opeenvolging van elementen.
  2. Horizontale strook postzegels Een rij is de horizontale strook postzegels van een postzegelvel. De verticale strook is een kolom.
  3. Let op: Spelling (deels) uit 1864: v. (-en), verscheidene voorwerpen nevens elk. geplaatst; reeks, volgreeks, rang, gelid; [bij metselaars] ) lat. ~BAAN, v. (...anen), pl...
  4. Om voegen te snijden gebruikt de metselaar of de voeger een voegmes. Bij het maken van de gesneden lintvoeg is het niet gemakkelijk om deze als één lange lijn uit te vo...
  5. aantal mensen of dingen naast of achter elkaar vb: er stond een rij mensen voor het loket ik moet de dingen op een rijtje zetten [er eens over nadenken] voor een dubbeltj...
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met rij:
rijangstrijbaanrijbanenrijbevoegdheidrijbewijsrijbewijzenrijdrijd aanrijd achternarijd achteruitrijd afrijd autorijd doorrijd inrijd narijd oprijd overrijd paardrijd paardjerijd proef
Toon alle woorden die beginnen met rij

Deze woorden eindigen op rij:
alcoholvrijaverijbatterijbeenhouwerijbelastingvrijberijbleekselderijboerderijbranderijbrandvrijbrijbrouwerijde rederijdistilleerderijfosfaatvrijgalerijgastvrijgeef vrijhandenvrijkanselarij
Toon alle woorden die eindigen op rij

Herkomst volgens etymologiebank.nl
rij (aantal voorwerpen of personen in een lijn)

Hoe bekend is het woord?
Uit onderzoek van het Centrum voor Leesonderzoek blijkt dat alle Nederlanders en Vlamingen het woord `rij` kennen.