het gelid

zelfst.naamw.
Uitspraak:  [xəˈlɪt]
Verbuigingen:  ge|lederen (meerv.)

opstelling in een rij
Voorbeelden:  `Alle soldaten stonden in het gelid.`,
`in het voorste gelid`
met gesloten gelederen  (eensgezind)
de gelederen versterken van  (zich aansluiten bij)
uit het gelid lopen  (zich niet aanpassen)

Zie ook:  gelederen

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
geleding gewricht knoop lid linie rang rangorde rij rij manschappen

6 definities op Encyclo
  1. •een naast elkaar opgestelde rij.
  2. opstelling van soldaten in een rij vb: de soldaten stonden in het gelid
  3. Let op: Spelling (deels) uit 1864: o. (gelederen), beenderen-zamenvoeging; rij, rang (van soldaten); uit het -, verstuikt [bijvoorbeeld] van den arm). ~KNOOP, m. (-en), ...
  4. [Mil. Woordenboek, spelling van 1861 ``Gelid``] Zie Formatiën
  5. gewricht - Jaar van herkomst: 1301-1400 (MNW ) rij militairen van voren gezien - Jaar van herkomst: 1639 (WNT )
Toon uitgebreidere definities

Herkomst volgens etymologiebank.nl
gelid (rij naast elkaar geplaatste soldaten)

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 93% van de Nederlanders en 92% van de Vlamingen het woord `gelid`.