I de rank

zelfst.naamw. (m./v.)
Uitspraak:  [rɑŋk]
Verbuigingen:  rank|en (meerv.)

dunne, slappe stengel plantkunde
Voorbeeld:  `wijnrank`


II rank

bijv.naamw.
Uitspraak:  [rɑŋk]

slank en sierlijk
Voorbeeld:  `een ranke twaalfjarige`
Synoniem:  tenger

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
bevallig dun dun van gestalte fijn fijngebouwd flink goedgebouwd loot los maairijp mager onvast ranken slank tenger uitloper wankel wankelbaar wankelend

Intensiveringen
Hoe kun je rank krachtiger uitdrukken?
rank als een riet;

11 definities op Encyclo
  1. 1> een grote lengte in verhouding tot de breedte hebbend. 2> gemakkelijk overhellend. rank worden: minder stabiel worden.
  2. tenger en sierlijk vb: dat dikke kind is opgegroeid tot een rank meisje Tegenstellingen: plomp log
  3. Een veranderde stengel of blad, die zich om steunen windt en bepaalde planten in staat stelt te klimmen. 
  4. Let op: Spelling (deels) uit 1864: v. (-en), list, nuk, streek, booze -, sluwe trek; [in de plant- of kruidkunde] ) scheut. ~, [bijvoegelijk naamwoord] en [bijwoord] (-er...
  5. een orgaan dat zich heeft omgevormd tot een slinger waarmee de plant zich om andere planten kan optrekken, (cf. bladrank, stengelrank, stipulaire rank, wortelrank)
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met rank:
rankenranketrankheidrankingranktrankterankten

Deze woorden eindigen op rank:
drankdubbeldrankfrankfrisdrankhoestdrankpranktoverdranksterkedrankenergiedrankspeciaaldrankseizoensdrankcrankfruitdranksportdrankkrank

Herkomst volgens etymologiebank.nl
  1. rank (slank)
  2. rank (slimmigheid)
  3. rank (stengel van klimplant)


Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 97% van de Nederlanders en 98% van de Vlamingen het woord `rank`.