pruttelen

werkw.
Uitspraak:  [ˈprʏtələ(n)]
Vervoegingen:  pruttelde (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  heeft geprutteld (volt.deelw.) Toon alle vervoegingen

zachtjes koken
Voorbeeld:  `Laat de soep nog een kwartiertje pruttelen.`

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
borrelen brommen kankeren klagen mopperen morren op vuur pruttelen over iets mopperen smoren stoffen sudderen

3 definities op Encyclo
  1. zachtjes koken en borrelen vb: de soep staat te pruttelen op het fornuis Synoniem: sudderen zachtjes mopperen vb: Eugène pruttelde wat over het slechte weer Synoniem: ...
  2. 1) Borrelen 2) Brommen 3) Greumelen 4) Grommen 5) Huilen 6) Kankeren 7) Klagen 8) Knorren 9) Knutteren 10) Koken 11) Mompelen 12) Mopperen 13) Morren 14) Narren 15) Oeken...
  3. geluidjes maken Jaar van herkomst: 1649 (WNT )
Toon uitgebreidere definities

Herkomst volgens etymologiebank.nl
pruttelen (geluidjes maken)

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 100% van de Nederlanders en 99% van de Vlamingen het woord `pruttelen`.