het kot

zelfst.naamw.
Uitspraak:  [kɔt]

1) studentenkamer
Verbuigingen:  kot|en (meerv.)
Voorbeeld:  `Ze studeert in Leuven, maar zit op kot in Brussel.`

2) eenvoudig hutje of schuurtje
Verbuigingen:  kot|ten (meerv.)
Voorbeeld:  `De hond lag in een vochtig, houten kot achter in de tuin.`

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
armoedige woning hok hut hutje krot

12 definities op Encyclo
  1. Let op: Spelling (deels) uit 1864: o. [bijvoorbeeld] en o., Sieg. v.) ellendig -, vuil -, slecht huis of vertrek; hok, nest; verblijfplaats voor dieren, [bijvoorbeeld] va...
  2. [Belgisch Nederlands] studentenkamer
  3. •'kot' [n] ; studentenkamer
  4. 1) Armelijke woonruimte 2) Armoedig huis 3) Armoedig huisje 4) Armoedige woning 5) Armzalige woning 6) Behuizing van vee 7) Berghok 8) Bergruimte 9) Bordeel 10) Cel 11) D...
  5. [Vlaamse woorden] (o., koten) studentenkamer
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met kot:
kotbaaskoteletkotelettenkoterkoterdekoterdenkoterenkoterskotertkotmadamkotmadammenkotskotsenkotsmisselijkkotstkotstekotstenkottenkotterkotteren
Toon alle woorden die beginnen met kot

Deze woorden eindigen op kot:
Soekotfrietkotstudentenkotzwijnenkot
Toon alle woorden die eindigen op kot

Herkomst volgens etymologiebank.nl
kot (verblijfplaats)

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 91% van de Nederlanders en 100% van de Vlamingen het woord `kot`.