smoren

werkw.
Uitspraak:  [ˈsmorə(n)]
Vervoegingen:  smoorde (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  heeft gesmoord (volt.deelw.) Toon alle vervoegingen

1)
niet in de wieg gesmoord zijn  (een hoge leeftijd hebben)

2) (voedsel) in een afgesloten pan met wat vocht en vet langzaam gaar laten worden
Voorbeeld:  `vlees smoren`
Synoniem:  laten sudderen

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
braiseren doodlopen doven iem. verstikken laten sudderen onderdrukken op vuur pruttelen pruttelen stikken stoffen sudderen uitblussen uitdoven

Spreekwoorden en zegswijzen
• in de kiem smoren (=al van bij het begin doen stoppen)
• iets in de wieg smoren (=iets van bij het begin vernietigen)
• iemand in zijn eigen vet gaar laten smoren (=iemand die iets misdaan heeft aan zijn lot overlaten)
Naar de spreekwoorden

Intensiveringen
Hoe kun je met smoren een ander begrip versterken?
smoorheet; smoorverliefd;

18 definities op Encyclo
  1. bijna geen adem kunnen krijgen vb: het is hier om te smoren, zo warm! met gesmoorde stem iets zeggen [bijna niet verstaanbaar omdat je ontroerd bent]
  2. Bij smoren wordt de vis eerst goudbruin gebakken in de open pan en daarna gestoofd. De methode is sneller dan enkel stoven, maar alleen aangewezen bij stevige vissoorten....
  3. met weinig vocht en vet in een gesloten pan op zacht vuur garen (`braiser`). Een stuk vlees dat wordt gesmoord, is vaak op voorhand met vet gelardeerd of gemarineerd.
  4. Het bereiden van voedsel in een gesloten pan in margarine, of een ander vetstof, en in eigen sappen of onder toevoeging van een kleine hoeveelheid vloeistof
  5. Het bereiden van voedsel in een gesloten pan in margarine, of een ander vetstof, en in eigen sappen of onder toevoeging van een kleine hoeveelheid vloeistof.
Toon uitgebreidere definities

Herkomst volgens etymologiebank.nl
smoren ( doen stikken; op zacht vuur gaar doen worden)

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 99% van de Nederlanders en 95% van de Vlamingen het woord `smoren`.