I de morgen

zelfst.naamw. (m.)
Uitspraak:  [ˈmɔrxə(n)]
Verbuigingen:  morgen|s (meerv.)

deel van de dag tussen nacht en middag
Voorbeeld:  `vroeg in de morgen`
Synoniem:  ochtend


II morgen

bijwoord
Uitspraak:  [ˈmɔrxə(n)]

dag na vandaag
Voorbeeld:  `Dat doen we morgen wel.`

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
aanvang binnenkort dageraad ochtend

Spreekwoorden en zegswijzen
morgen komt er weer een dag (=niet zo haastig, morgen kan het ook nog)
morgen gaat het beter. (=als het vandaag niet zo best is gegaan...)
morgen des levens (=de jeugd)
morgen brengen (=dat geloof je toch zelf niet! dat doe ik beslist niet!)
morgen als kaatje verjaart (=nooit , dat stel ik liever uit)
Toon alle 8 spreekwoorden die morgen bevatten

15 definities op Encyclo
  1. tijd vanaf zonsopgang tot de middag vb: 's morgens sta ik vroeg op goede morgen [groet] de morgen breekt aan [het wordt dag]
  2. oppervlakte maat, groot ca 0,8-1 ha, in elk deel van het land anders van oppervlak. de oppervlakte die men in een morgen kon ploegen, ook is hooien vermeld?
  3. Oude landmaat, oorspronkelijk de hoeveelheid land die in één morgen bewerkt kon worden, onderverdeeld in honderts (Gelderse Morgen = 3180 m2, Rijnlandse Morgen = 8516 m...
  4. oude oppervlaktemaat.
  5. Let op: Spelling van 1858 eene oud-Nederlandsche vlaktemaat, 600 vierkante Rijnlandsche roeden groot
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met morgen:
morgenavondmorgengaveMorgenlandmorgenmiddagmorgenochtendmorgensmorgenstermorgenstondmorgenvroegmorgenzon

Deze woorden eindigen op morgen:
goedemorgengoeiemorgenovermorgenherfstmorgennajaarsmorgenwintermorgenvoorjaarsmorgenzomermorgenlentemorgenover-overmorgenoverovermorgendonderdagmorgenmaandagmorgendinsdagmorgenwoensdagmorgenvrijdagmorgenzondagmorgenvanmorgenzaterdagmorgen

Herkomst volgens etymologiebank.nl
  1. morgen (eerste deel van de dag; op de dag na vandaag)
  2. morgen (landmaat)


Hoe bekend is het woord?
Uit onderzoek van het Centrum voor Leesonderzoek blijkt dat alle Nederlanders en Vlamingen het woord `morgen` kennen.