de plug

zelfst.naamw. (m./v.)
Uitspraak:  [plʏx]
Verbuigingen:  plug| gen (meerv.)

voorwerp waarmee je een boorgat opvult voor je er een schroef in draait

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
muurplug prop spon spongat

10 definities op Encyclo
  1. (= Stekker).
  2. Let op: Spelling (deels) uit 1864: v. (-gen), bom, stop, mondstuk; wig. ~, m. losbol.
  3. Uit `De lagere vaktalen: Timmermanstaal` 1914 kleine houten tap, dien men in een muur slaat om er beter een nagel te doen inhouden.
  4. 1) Afdichtmiddel 2) Afsluitmiddel 3) Bevestigingskokertje 4) Bevestigingsmiddel 5) Bout 6) Bevestingsmlddel 7) Deutel 8) Deuvik 9) Houten nagel 10) Houten pen 11) Houten ...
  5. Een plug is een soort kunststof buisje dat hol is en waarin je een schroef kunt draaien. Een plug stop je in een boorgat. Als je een schroef in een plug draait, buigt de ...
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met plug:
plug inplug-inplugdeplugde inplugdenplugden inpluggenpluggen inpluggerplugtplugt in

Herkomst volgens etymologiebank.nl
  1. plug (lummel, ploert)
  2. plug (wig, prop)


Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 99% van de Nederlanders en 97% van de Vlamingen het woord `plug`.