de ploeg

zelfst.naamw. (m./v.)
Uitspraak:  [plux]
Verbuigingen:  ploeg|en (meerv.)

1) apparaat waarmee de bovenlaag van een stuk grond wordt omgekeerd landbouw

2) groep mensen die samen iets doen
Voorbeelden:  `sportploeg`,
`nachtploeg`

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
dagploeg equipe landbouwploeg landbouwwerktuig partij team

Spreekwoorden en zegswijzen
• op rotsen ploegen (=iets doen wat tevergeefse moeite is)
• met andermans kalf ploegen (=terwijl je de hulp van een ander gebruikt, doen alsof je het zelf alleen gedaan hebt)
• er is met hem te eggen noch te ploegen (=er is met hem niets aan te vangen)
• de zee ploegen (=de zee bevaren)
• de ossen achter de ploeg spannen (=de zaak verkeerd aanpakken)
Toon alle 6 spreekwoorden die ploeg bevatten

10 definities op Encyclo
  1. 1> stalen constructie, die ploegsleepboten gebruiken bij het baggerploegen of egaliseren. 2> roeiploeg. DE KOPEREN PLOEG: Amsterdamse roeiploeg. Opgericht 1926. DE GOUDEN...
  2. groep werkers of sporters vb: deze ploeg werkt dag en nacht door Synoniem: team landbouwwerktuig dat de grond keert vb: met de ploeg bewerkt de boer het land de handen aa...
  3. soort schaaf, behorend tot het gereedschap van de scheepstimmerman, om groeven in de lange zijde van planken te maken [ook: ploegschaaf].
  4. Let op: Spelling (deels) uit 1864: m. (-en), landbouwwerktuig; achter den - lopen; [spreekwoord] de ossen achter den - spannen, eene zaak verkeerdelijk aanvatten. ~, v. [...
  5. Uit `De lagere vaktalen: De steenbakkerstaal` 1914 al de werklieden te zamen, die de aarde tot steen vormen.
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met ploeg:
ploeg doorploeg omploeg onderploegdeploegdenploegenploegendienstploegleiderploegmaatploegt

Deze woorden eindigen op ploeg:
beploegestafetteploegkernploegknokploegzwemploegcameraploegnachtploegfilmploegaanaardploegvoetbalploegkeerploeghaakploegrugbyploeg

Herkomst volgens etymologiebank.nl
  1. ploeg (groep mensen)
  2. ploeg (landbouwwerktuig)


Hoe bekend is het woord?
Uit onderzoek van het Centrum voor Leesonderzoek blijkt dat alle Nederlanders en Vlamingen het woord `ploeg` kennen.