I de fout

zelfst.naamw. (m./v.)
Uitspraak:  [fɑut]
Verbuigingen:  fout|en (meerv.)

iets dat niet juist is
Voorbeelden:  `een fout maken/begaan`,
`een fout corrigeren`
koeien van fouten  (grote fouten)
kapitale/kardinale fouten  (grote fouten)
in de fout gaan  (het verkeerd doen)
Er is een fout in de berekening geslopen.  (er is ongemerkt een fout in de berekening gemaakt)


II fout

bijv.naamw.
Uitspraak:  [fɑut]

niet zoals het moet
Voorbeeld:  `Het gaat/loopt fout.`
Antoniem:  goed
Synoniemen:  foutief, verkeerd
goed fout zitten  (het helemaal verkeerd doen)
fout in de oorlog zijn geweest  (tijdens de Tweede Wereldoorlog de kant van de bezetters hebben gekozen)

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
abuis afwijking blun blunder collaborerend defect dwaling ernaast euvel feil foutief gebrek incorrect incorrectheid machinedefect mankement mis misgreep misrekening misser misslag misstap misverstand onjuist onjuistheid onwaar tekortkoming ten onrechte vergissing verkeerd correct (antoniem)goed (antoniem)

Spreekwoorden en zegswijzen
• in de fout gaan. (=een onaanvaardbaar of strafbaar feit begaan.)
Naar de spreekwoorden

Taaladvies
In fout zijn / schuld hebben: Is in fout zijn correct?

Intensiveringen
Hoe kun je fout krachtiger uitdrukken?
goed fout; grove fout; kapitale fout; kardinale fout; koeien van fouten; onvergeeflijke fout
Uitdrukkingen die fout betekenen (waarin het woord zelf niet voorkomt):
de bal misslaan; de plank misslaan;

13 definities op Encyclo
  1. zoals het niet moet vb: dit antwoord is fout Synoniemen: verkeerd onjuist mis [2] foutief Tegenstellingen: correct goed juist
  2. Let op: Spelling (deels) uit 1864: v. (-en), misslag, feil, gebrek; eene - maken of begaan; een opstel met -en; geen mensch zonder -; ik kom zonder -, zeker, bepaald. ~JE...
  3. Verschil tussen de op een bepaalde kaart afgebeelde informatie en de werkelijke situatie. Opm: Men kan onderscheiden in (1) bronnenfout, (2) compilatiefout, (3) tekenfout...
  4. wat niet helemaal goed is vb: niemand is zonder fouten in de fout gaan [iets verkeerds doen]
  5. •onjuist, incorrect, niet goed;. •"(informeel)" niet volgens de in een groep of land geldende normen of moraal; •aan de kant van de as-mogendheden in de Tweede Were...
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met fout:
foutenfoutieffoutloosfoutloosheidfoutmargefoutmargesfoutparkerenfoutplaatslokalisatiefouttolerantie

Deze woorden eindigen op fout:
dubbelfoutschrijffoutleesfoutrekenfoutdrukfouttypfouttikfouttypefoutstandaardfoutzetfoutspelfoutvoetfoutdenkfouttaalfout

Herkomst volgens etymologiebank.nl
fout (verkeerde handeling; gebrek)

Hoe bekend is het woord?
Uit onderzoek van het Centrum voor Leesonderzoek blijkt dat alle Nederlanders en Vlamingen het woord `fout` kennen.