de predikant

zelfst.naamw. (m.)
Uitspraak:  [prediˈkɑnt]
Verbuigingen:  predikant|en (meerv.)

de predikant|e

zelfst.naamw. (v.)
Uitspraak:  [prediˈkɑnt|ə]
Verbuigingen:  predikante|n, predikante|s (meerv.)

iemand die werkt voor een protestantse kerk en 's zondags de kerkdienst leidt
Synoniem:  dominee

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
dominee pastor prediker voorganger zielenherder zielszorger zielverzorger

4 definities op Encyclo
  1. Let op: Spelling van 1858 Protestantsch godsdienstleeraar, evangelie-verkondiger. Predikatie, eene leerrede
  2. iemand die in een protestantse kerk het evangelie verkondigt vb: deze predikant heeft het huwelijk gesloten
  3. 1) Bedienaar des woords 2) Befdrager 3) Befman 4) Beroep 5) Christenleraar 6) Dominee 7) Evangeliedienaar 8) Evangelieprediker 9) Evangelist 10) Geestelijke 11) Geestelij...
  4. protestantse titel, dominee Jaar van herkomst: 1557 (WNT )
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met predikant:
predikanten

Deze woorden eindigen op predikant:
ziekenhuispredikant

Herkomst volgens etymologiebank.nl
predikant (protestantse titel, dominee)

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 99% van de Nederlanders en 99% van de Vlamingen het woord `predikant`.