het plein

zelfst.naamw.
Uitspraak:  [plɛin]
Verbuigingen:  plein|en (meerv.)

open plek tussen gebouwen
Voorbeelden:  `marktplein`,
`schoolplein`

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
brink buitenwijk buurt centrum circuit handelswijk sectie stadsdeel stadskwartier stadswijk vierkant plein wijk woonwijk

Intensiveringen
Hoe kun je plein krachtiger uitdrukken?
fris als een konijn op de/het plein;

12 definities op Encyclo
  1. • open, onbebouwde, maar aangelegde plaats, vaak te midden van bouwwerken
  2. open bestrate ruimte tussen gebouwen vb: er lagen allemaal huizen rond het plein
  3. Let op: Spelling (deels) uit 1864: o. (-en), markt, opene ruimte binnen eene stad; - voor een kasteel, esplanade.
  4. 1) Agora 2) Binnenplaats 3) Brink 4) Buitenwijk 5) Buurt 6) Centrum 7) Circuit 8) Dam 9) Deel van een stad 10) Dries 11) Forum 12) Grote binnenplaats 13) Handelswijk 14) ...
  5. Een plein is een open plek tussen bouwwerken. Pleinen hebben vaak een eigen (straat)naam, maar heten soms ook simpelweg Plein, zoals in Den Haag. Pleinen zijn vaak versi...
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met plein:
pleinenpleinvrees

Deze woorden eindigen op plein:
marktpleinkerkpleinterrepleindorpspleinschoolplein

Herkomst volgens etymologiebank.nl
plein (open ruimte in de bebouwde kom)

Hoe bekend is het woord?
Uit onderzoek van het Centrum voor Leesonderzoek blijkt dat alle Nederlanders en Vlamingen het woord `plein` kennen.