de pil

zelfst.naamw. (m./v.)
Uitspraak:  [pɪl]
Verbuigingen:  pil|len (meerv.)

1) geneesmiddel in de vorm van iets kleins dat je kunt doorslikken
Voorbeeld:  `een pilletje tegen de hoofdpijn`

2) voorbehoedmiddel in de vorm van tabletjes die een vrouw tijdelijk onvruchtbaar maken
Voorbeeld:  `stoppen met de pil`

3)
een dikke pil  (een dik boek)

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
anticonceptiepil apotheker boek capsule medicijn

Spreekwoorden en zegswijzen
• een bittere pil slikken (=grote moeite ergens mee hebben)
• de pil vergulden (=iets vervelends op zo vriendelijk mogelijke manier zeggen)
Naar de spreekwoorden

9 definities op Encyclo
  1. geneesmiddel in de vorm van schijfje of bolletje vb: je moet die pillen innemen, zegt de dokter ik kreeg een bittere pil te slikken [iets moeilijks te verwerken] de pil v...
  2. Let op: Spelling (deels) uit 1864: v. (-len), medicijnballetje; -len draaien (maken); -len slikken; [figuurlijk] dit is eene harde - om te slikken, die zaak is pijnlijk o...
  3. •'pil' de ~; bepaald oraal voorbehoedmiddel, anticonceptiepil •'pil' de ~; dik boek: "een pil van ruim 400 bladzijden"
  4. Scheepsarts. Pilar
  5. 1) Anticonceptie 2) Anticonceptiemiddel 3) Anticonceptiepil 4) Apotheker 5) Apothekerswaar 6) Artsenijballetje 7) Batterij 8) Boek 9) Capsule 10) Dik boek 11) Dikke boter...
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met pil:
pilaarpilaarbijterpilaarheiligepilaarheiligenpilarenpilavpildepildenpillenpillendraaierpilopilo-erectiepilootpilotpilotenpilotprojectpilotstudypilpoelpilspilt
Toon alle woorden die beginnen met pil

Deze woorden eindigen op pil:
dieetpilmorning-afterpilpapilerectiepilpretpilvergeetpilplakpilpleisterpilsmaakpapilvitaminepilprikpilpupilgangspilwindspilzenuwpileuthanasiepilslaappilboorspilspilplaspil
Toon alle woorden die eindigen op pil

Herkomst volgens etymologiebank.nl
  1. pil (dokter)
  2. pil (geneesmiddel)


Hoe bekend is het woord?
Uit onderzoek van het Centrum voor Leesonderzoek blijkt dat alle Nederlanders en Vlamingen het woord `pil` kennen.