zelfstandig

bijv.naamw.
Uitspraak:  [zɛlfˈstɑndəx]

zonder hulp of steun van anderen
Voorbeelden:  `een zelfstandig ondernemer`,
`Hij heeft nooit voor een baas gewerkt en is altijd zelfstandig gebleven.`,
`kinderen opvoeden tot zelfstandige volwassenen`,
`iets zelfstandig besluiten`
Antoniem:  afhankelijk
Synoniem:  onafhankelijk

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
alleen autonoom meerderjarig mondig soeverein vrijgevochten afhankelijk (antoniem)

6 definities op Encyclo
  1. Let op: Spelling (deels) uit 1864: [bijvoegelijk naamwoord] (-er, -st), wezenlijk, op zich zelf staande, onafhankelijk; - naamwoord, een der tien rededeelen van eene taal...
  2. niet van iemand of iets afhankelijk vb: hij gaat alleen naar school, hij is erg zelfstandig zelfstandig wonen [niet meer bij je ouders] een zelfstandig beroep [niet bij e...
  3. [Politiek] als je iets alleen kunt doen zonder hulp van anderen
  4. [Nederlands] Zonder hulp van anderen
  5. •op zichzelf staand.
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met zelfstandig:
zelfstandig naamwoordzelfstandig-naamwoordsvormzelfstandigezelfstandige naamwoordenzelfstandigenzelfstandigenaftrekzelfstandighedenzelfstandigheidzelfstandigheidsdrangzelfstandigheidsstreven

Herkomst volgens etymologiebank.nl
zelfstandig (onafhankelijk)

Hoe bekend is het woord?
Uit onderzoek van het Centrum voor Leesonderzoek blijkt dat alle Nederlanders en Vlamingen het woord `zelfstandig` kennen.