I het paar

zelfst.naamw.
Uitspraak:  [par]
Verbuigingen:  paren (meerv.)

1) tweetal dat bij elkaar hoort
Voorbeelden:  `een paar schoenen`,
`bruidspaar`
Synoniem:  stel

2) enkele
Voorbeeld:  `iets een paar keer opnieuw proberen`
Synoniem:  enige


II paar

bijv.naamw.
Uitspraak:  [par]

(van een getal) deelbaar door twee
Antoniem:  onpaar
Synoniem:  even

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
duo echtpaar enige enkele even koppel levenspaar sommige stel stelletje twee stuks tweetal wat

Spreekwoorden en zegswijzen
• een paar mensen optrommelen. (=een paar mensen laten komen.)
• als je ergens gaat logeren, moet je maar een paar dagen blijven. (=)
Naar de spreekwoorden

Taaladvies
  1. Paar, onpaar / even, oneven: Zeg je pare en onpare of even en oneven in de zin: Op pare/even dagen rijd ik met de Porsche, op onpare/oneven met de Mercedes?
  2. Paar: (op de gang staat / staan een – schoenen) Wat is correct: Op de gang staat een paar schoenen of Op de gang staan een paar schoenen?


9 definities op Encyclo
  1. of `paer`, oude korenmaat.
  2. Let op: Spelling (deels) uit 1864: o. (...aren), tweetal; een - schoenen, -kousen; verloofden, jonggetrouwden; bruid en bruidegom; [figuurlijk] eenige; geef mij een - (ee...
  3. twee bij elkaar vb: ik heb twee paar schoenen gekocht het bruidspaar [twee mensen die trouwen] het koninklijk paar [de koningin en haar man]
  4. [Belgisch Nederlands] even
  5. •stel, twee van een soort die bij elkaar horen. •enkele maar niet heel veel.
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met paar:
paardpaard-en-wagenpaard-en-wagenspaardepaardenpaardenartspaardenartsenpaardenbiefstukkenpaardenbijpaardenbloempaardenbloemenpaardenboonpaardendistelspaardendressuurpaardenfokkerijpaardenfokkerijenpaardenhorzelpaardenhorzelspaardenkastanjepaardenkastanjes
Toon alle woorden die beginnen met paar

Deze woorden eindigen op paar:
bespaarbruidspaarechtpaaronpaarovipaarkoningspaarspaar
Toon alle woorden die eindigen op paar

Herkomst volgens etymologiebank.nl
paar (stel, koppel)

Hoe bekend is het woord?
Uit onderzoek van het Centrum voor Leesonderzoek blijkt dat alle Nederlanders en Vlamingen het woord `paar` kennen.