onpaar

bijv.naamw.
Uitspraak:  [ɔmˈpar]

(van een getal) niet deelbaar door twee
Antoniem:  paar
Synoniem:  oneven

© Kernerman Dictionaries.

Taaladvies
Paar, onpaar / even, oneven: Zeg je pare en onpare of even en oneven in de zin: Op pare/even dagen rijd ik met de Porsche, op onpare/oneven met de Mercedes?

4 definities op Encyclo
  1. Let op: Spelling (deels) uit 1864: *...PARIG, [bijvoegelijk naamwoord] en [bijwoord] oneven, ongelijk. *...PARIGHEID, v. [geen meervoud] *...PARTIJDIG, [bijvoegelijk...
  2. [Belgisch Nederlands] oneven
  3. 1) Geen paar vormende 2) Oneven 3) Ongelegen 4) Ongeschikt 5) Onjuist
  4. [object] - Een onpaar van iets is wel een paar, een tweetal, hoewel de naam (geen paar) anders suggereert, maar waarvan de twee leden in zekere zin wezenlijk verschillen...
Toon uitgebreidere definities

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 25% van de Nederlanders en 95% van de Vlamingen het woord `onpaar`.