overkoken

werkw.
Verbuigingen:  kookte over
Verbuigingen:  overgekookt

1) enz.

2) tweede betekenisomschrijving
Voorbeeld:  `Zin met het overkoken in de tweede betekenis erin.`

3) door koken het vat uitrijzen
Voorbeeld:  `De melk was overgekookt en nu moest de rommel opgeruimd worden.`


Bron: WikiWoordenboek.

1 definitie op Encyclo
  • 1) Overzieden 2) Slecht koken
  • Toon uitgebreidere definities