samentrekken

werkw.
Uitspraak:  [ˈsamə(n)trɛkə(n)]
Afbreekpatroon:  sa·men·trek·ken
Vervoegingen:  trok samen (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  is samengetrokken (volt.deelw.) Toon alle vervoegingen

(van een spier) korter worden
Voorbeeld:  `De hartspier trekt een keer of zestig per minuut samen.`


Synoniemen
contracteren   drukken   indrogen   omarmen   samenkrimpen   schrompelen   slinken   verschrompelen   

4 definities op Encyclo
  • in elkaar trekken en kleiner worden vb: mijn mond trok samen van de zure appel
  • 1) Bijeenvoegen 2) Ontmoeten 3) Knijpen 4) Korter worden 5) Contraheren 6) Contracteren 7) Concentreren 8) Taalkundige term 9) Slinken 10) Omarmen 11) Doen sluiten 12) Inkrimpen 13) Ineenkrimpen 14) Indrogen 15) Verschrompelen 16) Een strik sluiten 17) Fronsen 18) Schrompelen 19) Krimpen 20) Drukken
  • Het herleiden tot één met gebruik van deletie Vergelijk synizesis. Bijvoorbeeld: `leder` wordt `leer`
  • Onder andere: haarschubben die zich sluiten.
Toon uitgebreidere definities

Herkomst volgens etymologiebank.nl
samentrekken

Taaladvies
Kan aardige in `de aardige broer en zus` zowel iets zeggen over de broer als over de zus? Zie Samentrekking: aardige broer en zus

Vraag & Antwoord voor je slimme speaker
Wat is de verleden tijd van samentrekken?
De verleden tijd van samentrekken is 'trok samen'. Het voltooid deelwoord is 'is samengetrokken'.
Wat betekent samentrekken?
'(van een spier) korter worden'
Hoe spel je samentrekken?
samentrekken spel je S A M E N T R E K K E N
Wat is een ander woord voor samentrekken?
Andere woorden voor samentrekken zijn contracteren, drukken, indrogen, omarmen, samenkrimpen, schrompelen, slinken en verschrompelen.

Op andere websites
Zoek samentrekken in het Algemeen Nederlands Woordenboek
Zoek samentrekken op Google
Zoek samentrekken op Woordenlijst.org
Zoek samentrekken in de woordenboeken van het Instituut voor de Nederlandse Taal
Zoek samentrekken op Wikipedia