oprecht

bijv.naamw.
Uitspraak:  [ɔpˈrɛxt]

zonder andere bedoelingen dan je laat merken
Voorbeeld:  `Hij was oprecht verbaasd toen ze zei dat ze graag met hem mee wilde.`
Synoniem:  eerlijk

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
echt eenvoudig eerlijk fideel gul menens onbewimpeld ongeveinsd onomwonden onverbloemd onverholen open openhartig plechtig rechtschapen rond rondborstig ronduit trouwhartig vrij vrijelijk vrijuit waarachtig hypocriet (antoniem)

Intensiveringen
Uitdrukkingen die oprecht betekenen (waarin het woord zelf niet voorkomt):
beloven met de hand op het hart; uit de grond van je hart;

4 definities op Encyclo
  1. wie de waarheid spreekt en niet bedriegt vb: hij was oprecht toen hij zei dat hij het niet gedaan had oprecht verontwaardigd zijn [heel erg]
  2. 1) Betrouwbaar 2) Echt 3) Eenvoudig 4) Eerlijk 5) Eerlijkheidshalve 6) Ernstig 7) Fair 8) Fideel 9) Gemeend 10) Gemeenstig 11) Getrouw 12) Goed 13) Goedrond 14) Gul 15) G...
  3. [Nederlands] Eerlijk
  4. echt, ongeveinsd Jaar van herkomst: 1500 (MNW )
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden eindigen op oprecht:
aankooprecht

Herkomst volgens etymologiebank.nl
oprecht (eerlijk, welgemeend)

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 100% van de Nederlanders en 99% van de Vlamingen het woord `oprecht`.