opleggen

werkw.
Uitspraak:  ɔplɛxə(n)]
Vervoegingen:  legde op (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  heeft opgelegd (volt.deelw.) Toon alle vervoegingen

(iemand) dwingen tot
Voorbeeld:  `een boete opleggen`

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
aanbrengen aandoen aantrekken opbrengen opdragen opladen opslaan

Spreekwoorden en zegswijzen
• iemand het zwijgen opleggen (=er met niemand over mogen praten en nieman diets mogen vertellen)
Naar de spreekwoorden

Taaladvies
Sanctioneren /straffen / een sanctie treffen / een sanctie opleggen: Kan men sanctioneren ook gebruiken in de betekenis 'straffen'?

11 definities op Encyclo
  1. (oude rechtstermen:) aanhangig maken
  2. VOC - Personeel en organisatie : het onttakelen van schepen.
  3. Uit `De lagere vaktalen: De tabakbewerkerstaal` 1914 1. tabak voor dek en omblad van de stelen ontdoen. 2. blazen vóór 't inpakken, gladstrijken en netjes op elkaar leg...
  4. Uit `De lagere vaktalen: De taal der hopkweekers` 1914 vóór den winter met den schop een kuil maken op de plant
  5. zeggen dat hij het moet doen vb: de rechter heeft mij een flinke straf opgelegd Synoniemen: opdragen gebieden gelasten instrueren
Toon uitgebreidere definities

Herkomst volgens etymologiebank.nl
opleggen

Hoe bekend is het woord?
Uit onderzoek van het Centrum voor Leesonderzoek blijkt dat alle Nederlanders en Vlamingen het woord `opleggen` kennen.