aantrekken

werkw.
Uitspraak:  antrɛkə(n)]
Vervoegingen:  trok aan (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  heeft aangetrokken (volt.deelw.) Toon alle vervoegingen

1) aan je lichaam doen
Voorbeeld:  `je sokken aantrekken`
Antoniem:  uittrekken
Synoniem:  aandoen

2) naar je toe halen
Voorbeeld:  `Hoge bomen trekken de bliksem aan.`
personeel aantrekken  (personeel proberen te krijgen) Synoniem: werven

3) (een touw o.i.d) strakker maken
Voorbeeld:  `een touw stevig aantrekken zodat alles goed vastzit`
Synoniem:  aanhalen

4) zo zijn dat je het leuk of aangenaam vindt
Voorbeeld:  `Die muziek trekt me helemaal niet aan.`

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
aanbrengen aandoen aankleden aanlokken aannemen adverteren bekleden bekoren charmeren dichttrekken in dienst nemen inhuren kleden opbrengen opleggen rekruteren straktrekken ter harte gaan werven

Spreekwoorden en zegswijzen
• het harnas aantrekken (=ten strijde trekken)
• een leeuwehuid aantrekken (=zich dapper tonen)
• de teugel aantrekken (=minder gaan uitgeven , strenger worden)
Naar de spreekwoorden

Intensiveringen
Hoe kun je aantrekken krachtiger uitdrukken?
aantrekken als een magneet;

11 definities op Encyclo
  1. Voorzichtig volgen van het wild tot dit vastligt (lang blijft liggen) en zich niet meer verplaatst.
  2. We spreken van aantrekken bij het proces van het binnenhalen van liquide middelen en deposito`s op de geldmarkt. ( > beleggen > handelsterminologie)
  3. een spurt aantrekken: bij een spurt aan kop gaan om een ander te helpen winnen
  4. Voorzichtig volgen van wild tot dit vastligt en zich niet meer verplaatst.
  5. voorzichtig volgen van het wild tot dit vastligt (lang blijft liggen) en zich niet meer verplaatst
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden eindigen op aantrekken:
stoute schoenen aantrekken

Herkomst volgens etymologiebank.nl
aantrekken

Hoe bekend is het woord?
Uit onderzoek van het Centrum voor Leesonderzoek blijkt dat alle Nederlanders en Vlamingen het woord `aantrekken` kennen.