de bioloog

zelfst.naamw. (m.)
Uitspraak:  [bijoˈlox]
Verbuigingen:  bio|logen (meerv.)

de bio|loge

zelfst.naamw. (v.)
Uitspraak:  [bijoˈ|loxə]
Verbuigingen:  biologe|n, biologe|s (meerv.)

iemand die aan een universiteit biologie heeft gestudeerd
Voorbeeld:  `een veldstudie van biologen`

© Kernerman Dictionaries.

3 definities op Encyclo
  1. • [beroep] een wetenschapper die de biologie beoefent.
  2. 1) Beoefenaar van de studie van plant- en dierkunde 2) Beroep 3) Kenner van de biologie 4) Kenner van de leer van de levensverschijnselen 5) Kenner van dieren 6) Natuurke...
  3. iemand die levende dingen bestudeert vb: de bioloog verzamelde planten uit de berm van de sloot
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden eindigen op bioloog:
marinebioloogexobioloogneurobioloogradiobioloogwaterbioloogevolutiebioloogmicrobioloogzeebioloog

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 100% van de Nederlanders en 99% van de Vlamingen het woord `bioloog`.