opdragen

werkw.
Uitspraak:  ɔpdraxə(n)]
Vervoegingen:  droeg op (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  heeft opgedragen (volt.deelw.)

1) zeggen dat iemand iets moet doen
Voorbeeld:  `iemand een karwei opdragen`

2)
de mis opdragen  (een godsdienstoefening leiden in de katholieke kerk)

3)
een boek aan iemand opdragen  (als eerbewijs zeggen dat je het voor iemand hebt geschreven)

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
aanbevelen belasten bevelen commanderen decreteren gebieden gelasten instrueren opdracht geven toewijden verordenen verordonneren

3 definities op Encyclo
  • • [ditr] iemand iets te doen geven. • [ov] "iets ~ aan" als eerbewijs iets wijden aan iemand.
  • zeggen dat hij het moet doen vb: hij heeft mij opgedragen het kantoor af te sluiten Synoniemen: opleggen gebieden gelasten instrueren
  • 1) Aanbesteden 2) Aanbevelen 3) Aanschrijven 4) Belasten 5) Bevelen 6) Commanderen 7) Decreteren 8) Gebieden 9) Gelasten 10) Inscriberen 11) Instrueren 12) Last geven 13)...
  • Toon uitgebreidere definities