kloppen

werkw.
Uitspraak:  [ˈklɔpə(n)]
Vervoegingen:  klopte (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  heeft geklopt (volt.deelw.) Toon alle vervoegingen

1) met je vingers op iets tikken
Voorbeelden:  `op de deur kloppen voor je naar binnen gaat`,
`Op de deur hangt een bordje 'binnen zonder kloppen'.`

2) (van het hart) voelbaar ritmisch bewegen
Voorbeeld:  `een onregelmatig kloppend hart`
Het hart klopt me in de keel.  (ik ben bang)

3) juist zijn, of in overeenstemming zijn (met iets anders)
Voorbeelden:  `Ben je boven de 50? Ja, dat klopt.`,
`Het beeld van de oudere werknemer klopt niet meer.`,
`De theorie klopt niet met de praktijk.`

4) met een mixer, garde of vork lucht door een vloeistof mengen culinair
Voorbeelden:  `eieren schuimig kloppen met de suiker`,
`slagroom stijf kloppen`

5) verslaan sport
Voorbeeld:  `De wielrenner zal in de sprint geklopt worden door een tegenstander.`

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
aankloppen aantikken bonzen congruent zijn correct zijn inmaken juist zijn klutsen lillen overeenstemmen slaan tikken trillen

Spreekwoorden en zegswijzen
• aan dovemans deur kloppen (=vragen terwijl men geen gunstig antwoord hoeft te verwachten)
Naar de spreekwoorden

Intensiveringen
Hoe kun je kloppen krachtiger uitdrukken?
kloppen als een bus; kloppen als een zwerende vinger; kloppen tot op de laatste cent
Uitdrukkingen die kloppen betekenen (waarin het woord zelf niet voorkomt):
de lading dekken;

9 definities op Encyclo
  1. 1> tijdens een werfbeurt de paaltdikte en de hechtheid van een stalen schip controleren, door met een zware hamer tegen het schip te slaan. 2> zie rondkloppen.
  2. een bonzend of tikkend geluid maken vb: er klopt iemand op de deur mijn hart klopt [ik voel het samentrekken en weer ontspannen] slagroom kloppen [die stijf slaan]
  3. Let op: Spelling (deels) uit 1864: [bedrijvend werkwoord] en ow. [gelijkvloeiend] (ik klopte, heb geklopt), slaan; ranselen; overwinnen; (ook in spelen), hij is geducht g...
  4. [Belgisch Nederlands] (een tekst) tikken, typen
  5. •hoorbaar tegen of op iets slaan. •voelbaar
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden eindigen op kloppen:
aankloppenopkloppenuitkloppen

Herkomst volgens etymologiebank.nl
kloppen (doffe slagen laten klinken; verslaan; overeenstemmen)

Hoe bekend is het woord?
Uit onderzoek van het Centrum voor Leesonderzoek blijkt dat alle Nederlanders en Vlamingen het woord `kloppen` kennen.