het masker

zelfst.naamw.
Uitspraak:  ['mɑskər]
Verbuigingen:  masker|s (meerv.)

iets dat je als bescherming voor je gezicht draagt, of om niet herkend te worden
Voorbeelden:  `gasmasker`,
`carnavalsmasker`

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
dekmant dekmantel faça gezichtsmasker mom mombakkes schijn voorkomen

Spreekwoorden en zegswijzen
• het masker afdoen/afleggen/afnemen (=zijn ware gezicht tonen)
Naar de spreekwoorden

15 definities op Encyclo
  1. bedekking voor je gezicht om het te bedekken of te beschermen vb: tijdens het carnaval droeg hij het masker van een varken een gezicht als een masker [je kunt niet zien w...
  2. Een transparante laag die een deel van een beeld beschermt en uitsluit van bewerkingen. Is een van de belangrijkste gereedschappen voor ingrijpende beeldwerking.
  3. Donker gekleurde voorsnuit van lichter gekleurde honden, meestal zwart maar soms ook anders kleurig.
  4. Een van de belangrijkste gereedschappen van een beeldbewerkingsprogramma is het maken van maskers, waarmee delen van een afbeelding worden uitgesloten van een bewerking.
  5. Donker gekleurde voorsnuit van lichter gekleurde honden, meestal zwart maar soms ook anderskleurig.
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met masker:
maskerachtigmaskerenmaskers

Deze woorden eindigen op masker:
gasmaskerontmaskeroorlogsmaskerschermmaskerzuurstofmaskerduikmasker

Herkomst volgens etymologiebank.nl
masker (bedekking van het gelaat)

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 100% van de Nederlanders en 99% van de Vlamingen het woord `masker`.