de titelhouder
zelfst.naamw. (m.)
| Uitspraak: | ['titəlhɑudər] |
| Afbreekpatroon: | ti·tel·hou·der |
| Verbuigingen: | titelhouders (meerv.) |
iemand of een groep die de titel van kampioen draagt | Voorbeeld: | `Titelhouder verliest van aartsrivaal.` | |
Synoniemen
kampioen 1 definitie op Encyclo
- 1) Regerend kampioen 2) Titeldrager 3) Kampioen 4) Winnaar
Toon uitgebreidere definitiesVraag & Antwoord voor je slimme speaker
Is het 'de titelhouder' of 'het titelhouder'?
Het is 'de titelhouder', want titelhouder is mannelijk. Als je het aanwijst is het 'die titelhouder'.
Wat is het meervoud van titelhouder?
Het meervoud van titelhouder is 'titelhouders'. Eén titelhouder, twee titelhouders.
Wat betekent titelhouder?
'iemand of een groep die de titel van kampioen draagt'
Hoe spel je titelhouder?
titelhouder spel je T I T E L H O U D E R
Wat is een ander woord voor titelhouder?
Een ander woord titelhouder is kampioen.Op andere websites
Zoek titelhouder in het
Algemeen Nederlands Woordenboek
Zoek titelhouder op
Google
Zoek titelhouder op
Woordenlijst.org
Zoek titelhouder in de woordenboeken van het
Instituut voor de Nederlandse Taal
Zoek titelhouder op
Wikipedia