maskeren

werkw.
Uitspraak:  [mɑs'kerə(n)]
Vervoegingen:  maskeerde (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  heeft gemaskeerd (volt.deelw.) Toon alle vervoegingen

zorgen dat iets niet opvalt
Voorbeeld:  `de tekortkomingen handig weten te maskeren`

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
bedekken bemantelen hullen inhullen omhullen verbergen verhullen versluieren

11 definities op Encyclo
  1. ervoor zorgen dat anderen het niet zien of merken vb: hij maskeerde zijn verdriet door overdreven vrolijk te doen je bedoelingen maskeren [niet laten merken wat je wilt]
  2. D.m.v. een maskertje van de gebruikte stempel de afdruk afdekken zodat je `perspectief` kunt stempelen.
  3. Het op fotografische wijze uitvoeren van kleurcorrecties of vrijstellen van beeldelementen met behulp van kleurfilters*. Opm: Het gebruik van kleurfilters voor kleurschei...
  4. verbergen
  5. [Mil. Woordenboek, spelling van 1861 ``Maskeren``] Een voornemen, eene stelling, een voorwerp M., is ze verbergen. Men maskeert een' hoofdaanval door eenen schijnaanval; ...
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden eindigen op maskeren:
ontmaskerendemaskeren

Herkomst volgens etymologiebank.nl
maskeren (verbergen)

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 99% van de Nederlanders en 99% van de Vlamingen het woord `maskeren`.