de mantel

zelfst.naamw. (m.)
Uitspraak:  ['mɑntəl]
Verbuigingen:  mantel|s (meerv.)

1) lange jas, vooral voor vrouwen

2)
iemand de mantel uitvegen  (iemand streng zeggen dat hij/zij iets verkeerd heeft gedaan)

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
bekleding jas overjas schijn

Spreekwoorden en zegswijzen
• onder de mantel van (=onder de schijn van)
• met de mantel van de liefde bedekken (=verbergen, niet kenbaar maken)
• met de mantel der liefde bedekken (=verbergen, niet kenbaar maken)
• iets met de mantel der liefde bedekken (=iets niet met anderen bespreken maar stilzwijgen en accepteren)
• iemand de mantel uitvegen (=iemand hevig uitfoeteren)
Toon alle 6 spreekwoorden die mantel bevatten

25 definities op Encyclo
  1. jas voor vrouwen vb: mijn moeder heeft een nieuwe mantel gekocht iets met de mantel der liefde bedekken [er geen verwijten meer over maken] iemand de mantel uitvegen [boo...
  2. De buitenwand van het lijf die de schelp afscheidt bij bepaalde ongewervelde dieren.
  3. Kleur die het lichaam bedekt met uitzondering van de benen, de hals en de staart.
  4. De dikke zone tussen de aardkern en de aardkorst.
  5. Zie `aardmantel`.
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met mantel:
mantelanjermantelpakmantelsmantelzorgmantelzorgermantelzorgers

Deze woorden eindigen op mantel:
bemanteldekmantelontmantelregenmantelinhuldigingsmantelkardinaalsmantelschoorsteenmantelschouwmantelkoningsmantelpelsmantelaardmantel

Herkomst volgens etymologiebank.nl
  1. mantel (kledingstuk)
  2. mantel (touw met ingesplitste takel)


Hoe bekend is het woord?
Uit onderzoek van het Centrum voor Leesonderzoek blijkt dat alle Nederlanders en Vlamingen het woord `mantel` kennen.