de jas

zelfst.naamw. (m./v.)
Uitspraak:  [jɑs]
Verbuigingen:  jas|sen (meerv.)

kledingstuk voor buiten, over je bovenkleren
Voorbeelden:  `winterjas`,
`regenjas`,
`een jas aandoen als het buiten koud is`,
`je jas uittrekken als je weer thuis bent`,
`iemand in zijn jas helpen als hij weggaat`

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
blazer inzonderheid jasje jekker mant mantel overjas voornamelijk

Spreekwoorden en zegswijzen
• de hond de jas voorhouden. (=iemand valse hoop geven op iets dat hij graag wil hebben.)
Naar de spreekwoorden

Intensiveringen
Hoe kun je met jas een ander begrip versterken?
passen als een ouwe jas; dat scheelt een jas;

11 definities op Encyclo
  1. • [kleding] kledingstuk dat over andere kledingstukken gedragen wordt en die de romp en armen bedekt. •de troefboer, dat wil zeggen de boer van de kleur speelkaarten ...
  2. kledingstuk dat je over je andere kleren draagt als je naar buiten gaat vb: koop maar een warme jas voor de winter hem aan zijn jasje trekken [hem herinneren aan wat hij ...
  3. Let op: Spelling (deels) uit 1864: m. (-sen), kleedingstuk (van mannen en vrouwen), overrok; (kaartsp.) troefboer. ~KAART, v. (-en), stel van 52 kaarten. ~LEI, v. (-jen, ...
  4. Jas is een Poolse jongensnaam. Het betekent `God is verzoenend`. Extra info: Jaan, Jaana, Jack, Jacky, Jaine, Jaique, Jaka, Jake, Jan, Janae, Jancsi, Jane, Janea, Janecek...
  5. Let op: Spelling van 1914 sur. Zie FRAMBOESIA.
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met jas:
jasbeschermersjasjejasmijnjasmijnenjasmijnrijstjassenjastjastejasten

Deze woorden eindigen op jas:
badjaskamerjasklaverjaskruisjasochtendjaspandjesjassjastussenjaswinterjaszomerjasbontjaskapotjasoliejaspaljaspelsjassoepjasregenjaslaboratoriumjasvechtjasgrapjas

Herkomst volgens etymologiebank.nl
  1. jas (kledingstuk)
  2. jas (troefboer)
  3. jas


Hoe bekend is het woord?
Uit onderzoek van het Centrum voor Leesonderzoek blijkt dat alle Nederlanders en Vlamingen het woord `jas` kennen.