loslopen

werkw.
Uitspraak:  ['lɔslopə(n)]
Vervoegingen:  liep los (verl.tijd enkelv.) Toon alle vervoegingen

1) (van een dier waarvan je vindt dat het aangelijnd of opgesloten hoort te zijn) vrij rondlopen
Vervoegingen:  heeft losgelopen (volt.deelw.)
Voorbeeld:  `een loslopende hond`
te gek om los te lopen  (zeer afkeurenswaardig) `Het gebouw is nog niet eens opgeleverd en het moet gesloopt worden wegens constructiefouten. Te gek om los te lopen!`

2)
Vervoegingen:  is losgelopen (volt.deelw.)
Het loopt wel los  (Het valt wel mee; het is niet ernstig.) `Ze waren bang voor ernstige complicaties, maar het lijkt allemaal nogal los te lopen`

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
terechtkomen vrij rondlopen

1 definitie op Encyclo
  1. 1) In orde komen 2) Meevallen 3) Onvast worden 4) Terechtkomen 5) Vrij rond lopen 6) Vrij rondlopen 7) Vrij rondwandelen
Toon uitgebreidere definities

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 99% van de Nederlanders en 100% van de Vlamingen het woord `loslopen`.