flatteren

werkw.
Uitspraak:  [flɑˈterə(n)]
Vervoegingen:  flatteerde (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  heeft geflatteerd (volt.deelw.) Toon alle vervoegingen

1) goed, mooi staan
Voorbeeld:  `Die bloes flatteert je.`

2) beter of mooier voorstellen dan de werkelijkheid is
Voorbeeld:  `een geflatteerd beeld geven`

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
flikflooien goed staan kruipen stroop om de mond smeren verfraaien vleien vlemen

8 definities op Encyclo
  1. te fraai voorstellen Jaar van herkomst: 1477 (Teuth. )
  2. smeken
  3. Let op: Spelling van 1858 vleijen, iemand naar den mond praten, schoone woorden geven, liefkozen. Flatterie, Fr., vleijerij, flikflooijerij. Flatteur, Fr., vleijer, flikf...
  4. Let op: Spelling (deels) uit 1864: [bedrijvend werkwoord] [gelijkvloeiend] (ik flatteerde, heb geflatteerd), vleijen; flikflooien; bevallen; dit portret is wel wat geflat...
  5. hem leuk staan vb: dat pak flatteert hem wel mooier laten lijken dan de werkelijkheid vb: dat verslag is wel geflatteerd
Toon uitgebreidere definities

Herkomst volgens etymologiebank.nl
flatteren (vleien; mooier of gunstiger voorstellen)

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 92% van de Nederlanders en 95% van de Vlamingen het woord `flatteren`.