patchen

werkw.
Afbreekpatroon:  'pat - chen
Herkomst:  «Engels
Vervoegingen:  patchte (verl.tijd )
Vervoegingen:  gepatcht (volt.deelw.)

het aansluiten van een UTP/PATCH-kabel via een hub naar bijvoorbeeld een router computer
Voorbeeld:  `patchen wordt vaak toegepast op grote netwerken`


Deze woorden eindigen op patchen:
dispatchen