de koter

zelfst.naamw. (m.)
Verbuigingen:  koters
Verbuigingen:  kotertje

kind, een klein kind
Voorbeeld:  `Vermoeiend is het wel met die kotertjes op stap.`


Bron: WikiWoordenboek.

4 definities op Encyclo
  1. 1) Jong kind 2) Kind 3) Kind (barg.) 4) Kind (bargoens) 5) Kind bargoens 6) Kind in de puberteit 7) Klein kind 8) Kleuter 9) Kind (volkstaal) 10) Pijpuithaler
  2. Kleine boer, keuterboer. O.a. in Friesland de eigenaar-pachter van een klein bedrijfje, die als bijverdienste bij de grotere boeren werkte als koemelker. In Drente sprak ...
  3. jong kind
  4. Bargoens: kind Jaar van herkomst: 1860 (WNT )
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met koter:
koterdekoterdenkoterenkoterskotert

Herkomst volgens etymologiebank.nl
  1. koter (kind)
  2. koter (pook)


Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 97% van de Nederlanders en 88% van de Vlamingen het woord `koter`.