de hut

zelfst.naamw. (m./v.)
Uitspraak:  [hʏt]
Verbuigingen:  hut|ten (meerv.)

1) klein primitief huisje
Voorbeelden:  `De zwerver woont in het bos in een hut van takken en bladeren.`,
`berghut`

2) slaapkamer op een schip
Voorbeeld:  `een tweepersoonshut`
Synoniem:  scheepshut

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
armoedige woning cabine chalet cockpit herdershut hok hutje kajuit kot scheepshut

Spreekwoorden en zegswijzen
• met hutje en mutje (=met de hele boel)
hutje bij mutje leggen (=ieder draagt bij voor het deel dat die kan)
• als het in de kajuit regent druipt het in de hut (=als de baas problemen heeft, krijgen ook de ondergeschikten hun deel)
Naar de spreekwoorden

13 definities op Encyclo
  1. 1> in de binnenvaart: een
  2. primitief huisje vb: ze wonen in een soort hut van planken kamer op een boot vb: we hadden tijdens de bootreis een hut voor twee personen
  3. woonvertrek voor de scheepsofficieren, meestal gelegen onder het campagnedek en boven de kajuit. In de laatste woonde de schipper of kapitein en soms een hooggeplaatste p...
  4. Let op: Spelling van 1858 ook kampanje, het bovenste gedeelte op het halfdek van een schip, in het achterste gedeelte over de plegt. Zij is gewoonlijk 20 voet lang, en wo...
  5. Let op: Spelling (deels) uit 1864: v. (-ten), boerenwoning; (zeew.) kampanje, (ook) officierskajuit. ~GASTEN, m. mv. (zeew.) matrozen -, officieren die dezelfde kajuit be...
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met hut:
hutkofferhutkoffershutselhutseldehutseldenhutselthutsenhutspothuttenhuttentut

Deze woorden eindigen op hut:
afgeschutberghutbeschutgeschutblokhutweerhutstuurhutboomhutscheepshutschutsneeuwhutloofhutsleurhutplaggenhutafweergeschut

Herkomst volgens etymologiebank.nl
hut (eenvoudige kleine woning)

Hoe bekend is het woord?
Uit onderzoek van het Centrum voor Leesonderzoek blijkt dat alle Nederlanders en Vlamingen het woord `hut` kennen.