de kok

zelfst.naamw. (m.)
Uitspraak:  [kɔk]
Verbuigingen:  kok|s (meerv.)

de kok|kin

zelfst.naamw. (v.)
Uitspraak:  [kɔˈ|kɪn]
Verbuigingen:  kokin|nen (meerv.)

iemand die als beroep kookt (3) voor anderen
Voorbeeld:  `Zij is kok in een beroemd restaurant.`

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
keukenmeester

Spreekwoorden en zegswijzen
• veel koks bederven/verzouten de brij. (=te veel verschillende raad volgen kan schadelijk zijn.)
• magerman is in die keuken kok (=het is er armoe troef)
• in zijn eigen vet gaar koken (=aan zijn lot overlaten (iemand die iets misdaan heeft))
• in zijn eigen sop gaar laten koken (=aan zijn lot overlaten (iemand die iets misdaan heeft))
• iemand in zijn eigen sop gaar laten koken (=iemand niet helpen, maar zelf diens situatie laten ondervinden)
Toon alle 7 spreekwoorden die kok bevatten

13 definities op Encyclo
  1. primitieve xylofoon van de Lac uit Vietnam
  2. Let op: Spelling (deels) uit 1864: m. (-s), spijsbereider; die kookt; aannemer van maaltijden; [spreekwoord] het zijn niet alle -s die lange messen dragen, het uiterlijk ...
  3. iemand die kookt; degene die het eten, de maaltijd bereidt
  4. wie voor z'n beroep eten klaarmaakt vb: hij is kok in een restaurant honger is de beste kok [als je honger hebt, smaakt alles lekker] het zijn niet allen koks, die lange ...
  5. •iemand die voedsel bereiden
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met kok:
kokenkokerkokerjufferkokerjufferskokerskokervisiekokervormkokervormigkokerzienkoketkoketteerkoketteerdekoketteerdenkoketteertkoketterenkoketteren metkokhaantjekokhalskokhalsdekokhalsden
Toon alle woorden die beginnen met kok

Deze woorden eindigen op kok:
chef-kokstafylokokmeesterkok
Toon alle woorden die eindigen op kok

Herkomst volgens etymologiebank.nl
  1. kok (die spijzen toebereidt)
  2. kok (eetbare hartschelp)
  3. kok (fazantenhaan)
  4. kok (vissoort)


Hoe bekend is het woord?
Uit onderzoek van het Centrum voor Leesonderzoek blijkt dat alle Nederlanders en Vlamingen het woord `kok` kennen.