de koker

zelfst.naamw. (m.)
Uitspraak:  [ˈkokər]
Verbuigingen:  koker|s (meerv.)

langwerpige ronde buis om iets in te doen of iets doorheen te laten gaan
Voorbeelden:  `een kartonnen koker voor een affiche`,
`luchtkoker`

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
beschermenmantel dekmantel etui foedraal kokervormig doosje pennendoosje pennenkoker rol waterkoker

Spreekwoorden en zegswijzen
• uit zijn koker komen (=hij heeft het bedacht)
Naar de spreekwoorden

10 definities op Encyclo
  • •een smal cilindervormig hol voorwerp. •een keukenapparaat waarin iets kan gekookt worden.
  • wat om iets anders heen zit vb: de sigaar zat in een koker dat komt uit mijn koker! [dat heb ik bedacht!]
  • [wipmolen] - Een koker wordt toegepast bij een wipmolen en een spinnenkopmolen. Bij een watermolen is het niet mogelijk het eigenlijke werktuig met de molen mee te laten...
  • Let op: Spelling van 1914 sur. Zie PLANTAGE.
  • 1) Brein 2) Brillendoos 3) Buis 4) Buis aan het fornuis 5) Bus 6) Cilinder 7) Cilindervormig omhulsel 8) Cilindervormig voorwerp 9) Dekmantel 10) Doosje voor de bril 11) ...
  • Toon uitgebreidere definities

    Deze woorden beginnen met koker:
    kokerjufferkokerjufferskokerskokervisiekokervormkokervormigkokerzien

    Deze woorden eindigen op koker:
    brillenkokerhennengatskokermelkkokerpeniskokersigarenkokerstoomkokerwaterkoker

    Herkomst volgens etymologiebank.nl
    1. koker (cilindervormig omhulsel)
    2. koker