de koker

zelfst.naamw. (m.)
Uitspraak:  [ˈkokər]
Verbuigingen:  koker|s (meerv.)

langwerpige ronde buis om iets in te doen of iets doorheen te laten gaan
Voorbeelden:  `een kartonnen koker voor een affiche`,
`luchtkoker`

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
beschermenmantel dekmantel etui foedraal kokervormig doosje pennendoosje pennenkoker rol waterkoker

Spreekwoorden en zegswijzen
• uit zijn koker komen (=hij heeft het bedacht)
Naar de spreekwoorden

11 definities op Encyclo
  1. •een smal cilindervormig hol voorwerp. •een keukenapparaat waarin iets kan gekookt worden.
  2. Let op: Spelling (deels) uit 1864: m. (-s), cylindervormige -, rolvormige doos waarin iets besloten is; de - van een boom, houten omsluitsel; dit komt niet uit zijnen - (...
  3. Let op: Spelling van 1914 sur. Zie PLANTAGE.
  4. Spreekwoorden: (1914) Dat komt uit zijn koker, d.w.z. dat heeft hij gedaan, daar is hij de bewerker van. ‘De gelijkenis is ontleent van de pijlkokers der ouden, waa...
  5. wat om iets anders heen zit vb: de sigaar zat in een koker dat komt uit mijn koker! [dat heb ik bedacht!]
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met koker:
kokerjufferkokerjufferskokerskokervisiekokervormkokervormigkokerzien

Deze woorden eindigen op koker:
sigarenkokerpeniskokermelkkokerbrillenkokerwaterkokerstoomkokerhennengatskoker

Herkomst volgens etymologiebank.nl
  1. koker (cilindervormig omhulsel)
  2. koker


Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 100% van de Nederlanders en 99% van de Vlamingen het woord `koker`.